Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 25 maart 2026, SKGZ202501203 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 25 maart 2026, SKGZ202501203

Afgewezen

- 202501203

Buitenland, Europees recht Medisch-specialistische zorg
Verzoekster heeft geen aanspraak op vergoeding van de in Maleisië gemaakte kosten van medisch specialistische zorg, geneesmiddelen en tandheelkundige zorg, ten laste van de zorgverzekering of de aanvullende ziektekostenverzekering.

Uitspraak

Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar is gehouden de gedeclareerde nota’s ter zake de door haar in Maleisië afgenomen medisch specialistische zorg, geneesmiddelen en tandheelkundige zorg, oorspronkelijk ten bedrage van totaal € 1.209,50, alsnog volledig te vergoeden. De ziektekostenverzekeraar heeft vergoeding van de kosten van medisch specialistische zorg geweigerd omdat een voorafgaande verwijzing ontbreekt en verzoekster bovendien niet redelijkerwijs was aangewezen op de zorg. Voor een deel van de geneesmiddelen heeft hij vergoeding verleend, tot het bedrag van de vergoedingslimiet volgens het GVS. De overige geneesmiddelen worden niet vergoed, omdat niet is voldaan aan de nadere voorwaarden onderscheidenlijk het supplementen betreft. Bij de tandheelkundige zorg gaat het niet om spoedeisende zorg, zoals bedoeld in de voorwaarden van de aanvullende ziektekostenverzekering. De commissie overweegt dat een verwijzing naar de tweede lijn vereist was op grond van de zorgverzekering. Verzoekster had deze kunnen verkrijgen bij een General Practitioner. Dat dit in Maleisië naar haar zeggen niet gebruikelijk is, maakt het voorgaande niet anders. De stelling dat voor het vragen van een verwijzing de tijd ontbrak, treft geen doel. Ook hetgeen overigens door verzoekster is aangevoerd, kan niet leiden tot een andere conclusie. Ten aanzien van de geneesmiddelen die door de ziektekostenverzekeraar zijn vergoed, heeft verzoekster niet gesteld dat en waarom de verleende vergoeding niet juist zou zijn. Bij de niet-vergoede geneesmiddelen betreft het supplementen, een zelfzorggeneesmiddel, en een geneesmiddel waarvoor op grond van Bijlage 2 van de Rzv nadere voorwaarden zijn gesteld, waaraan verzoekster niet voldoet. Voor de tandheelkundige zorg bestaat onder de zorgverzekering geen dekking. De aanvullende ziektekostenverzekering kent dekking voor, onder andere, de door verzoekster genoten tandheelkundige zorg. Hierbij geldt als eis dat de tandarts in Nederland moet zijn gevestigd. In afwijking hiervan komt spoedzorg in het buitenland ook voor vergoeding in aanmerking, maar daarvan is in dit geval geen sprake. Premiehoogte en verzekeringsduur leiden niet tot verdergaande aanspraken, in afwijking van de verzekeringsvoorwaarden. Het verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 25 maart 2026, SKGZ202501203