Bindend advies GcZ, 16 juni 2026, SKGZ202501689
- 202501689
Uitspraak
Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat zij geen fraude heeft gepleegd en dat de door de ziektekostenverzekeraar opgelegde maatregelen, met uitzondering van de beëindiging van de zorgverzekering en de aanvullende ziektekostenverzekering, daarom dienen te vervallen. Volgens de ziektekostenverzekeraar is sprake van fraude en zijn de in dat verband opgelegde maatregelen daarom terecht. De commissie overweegt dat vaststaat dat de nota’s vals zijn. Verzoekster is verantwoordelijk voor het indienen ervan. Anders dan door verzoekster is gesteld, is niet gebleken dat een derde zonder haar medeweten gebruik heeft gemaakt van haar DigiD. Hiermee staat het opzet te misleiden en daarmee de fraude door verzoekster vast. De commissie beslist dat de uitgekeerde bedragen ten onrechte door haar zijn ontvangen en daarom moeten worden terugbetaald. Het opnemen van haar persoonsgegevens in de diverse registers voldoet aan de eis van subsidiariteit. Waar het gaat om de proportionaliteit van de registratie als zodanig en de duur hiervan, geldt dat de commissie de maatregel proportioneel acht en geen aanleiding ziet de duur te matigen. Tot slot zijn de onderzoekskosten terecht bij verzoekster in rekening gebracht. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 16 juni 2026, SKGZ202501689