Bindend advies GcZ, 17 maart 2026, SKGZ202303493
- 202303493
Uitspraak
Het geschil is uit naam van verzoeker voorgelegd aan de commissie. Door de ziektekostenverzekeraar is vlak voor en tijdens de hoorzitting gesteld dat het geschil niet is voorgelegd door verzoeker, maar door de zorgaanbieder, die zich zou voordoen als verzoeker. De commissie heeft de ter zitting verschenen jurist bevraagd. De jurist heeft ter zitting weliswaar verklaard dat hij is benaderd door verzoeker, maar ook gezegd dat hij is gemachtigd door [naam zorgaanbieder]. Tevens heeft hij verklaard dat hij “aanneemt” dat de handtekening onder het machtigingsformulier door verzoeker is gezet. Hij kon dit echter niet met zekerheid verklaren, noch of verzoeker het machtigingsformulier in zijn bijzijn heeft getekend. De commissie komt daarom tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat de ter zitting verschenen jurist het geschil heeft voorgelegd namens verzoeker. Het verzoek is niet-ontvankelijk.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 17 maart 2026, SKGZ202303493