Bindend advies GcZ, 11 december 2025, SKGZ202400660
- 202400660
Uitspraak
Verzoekster stelt dat sprake is van onnodige vertraging, veroorzaakt door de ziektekostenverzekeraar, bij het afhandelen van de aanvragen voor zittend ziekenvervoer dan wel vervoer per ambulance, en voor de behandelingen die zij in België ondergaat. Daarnaast heeft zij gesteld dat zij te veel eigen bijdrage heeft betaald voor vervoer en geneesmiddelen en dat de ziektekostenverzekeraar het verplicht eigen risico dubbel bij haar in rekening heeft gebracht. Ook moeten de kosten die zij heeft gedeclareerd in verband met het vervoer, dat op 26 december 2023 door haar zoon is verzorgd, volledig worden vergoed. Lopende de procedure heeft zij ook vergoeding van het geneesmiddel Palexia® in vloeibare vorm gevorderd. De ziektekostenverzekeraar heeft gesteld dat de ingediende aanvragen niet altijd volledig zijn en dat aanvullende informatie moet worden opgevraagd om deze te kunnen beoordelen. Ten aanzien van het vervoer merkt hij op dat het niet mogelijk is om vooraf een doorlopende akkoordverklaring te geven voor het zittend/liggend ziekenvervoer naar zorgaanbieders op meer dan 200 kilometer afstand vanaf het huisadres van verzoekster. Er moet namelijk worden beoordeeld of het doelmatig is dat de zorg plaatsvindt bij een zorgaanbieder die is gevestigd op meer dan 200 kilometer van haar huisadres. De ziektekostenverzekeraar heeft verder verklaard dat verzoekster voor het vervoer op 26 december 2023 de vergoeding heeft ontvangen waarop zij op grond van de zorgverzekering recht heeft. Ten aanzien van de eigen bijdrage en het eigen risico heeft de ziektekostenverzekeraar aangevoerd dat hem niet is gebleken dat verzoekster te veel heeft betaald. Bovendien heeft verzoekster haar stelling ter zake niet onderbouwd. Verder heeft verzoekster geen aanspraak op Palexia® in vloeibare vorm. De commissie overweegt dat op basis van de informatie in het dossier niet kan worden geconcludeerd dat de ziektekostenverzekeraar te veel tijd heeft genomen voor de beoordeling van de aanvragen of dat hij in dat verband onnodig informatie heeft opgevraagd. Hierbij wordt aangetekend dat verzoekster niet heeft gespecificeerd om welke aanvragen het gaat. Daarnaast bevat het dossier slechts enkele aanvragen voor een behandeling en een beslissing waarmee door de ziektekostenverzekeraar toestemming wordt verleend voor een behandeling. Alles overwegende concludeert de commissie dat het aanvragen van het zittend ziekenvervoer en het vervoer per ambulance weliswaar niet vlekkeloos is verlopen, maar dat de schuld hiervan niet volledig bij de ziektekostenverzekeraar of verzoekster kan worden gelegd. Er is sprake van een complexe situatie voor zowel de ziektekostenverzekeraar als verzoekster. Ten aanzien van het vervoer op 26 december 2023 overweegt de commissie dat verzoekster de vergoeding heeft ontvangen waarop zij op grond van de zorgverzekering aanspraak heeft. Daarnaast heeft de ziektekostenverzekeraar een extra vergoeding toegekend. Verzoekster heeft geen aanspraak op vergoeding van de overige, door haar gevorderde kosten. Voor de geneesmiddelen Palexia® retard mva 150 mg en Nifedipine cf capsule 10 mg geldt een wettelijke eigen bijdrage. De aanvullende ziektekostenverzekering biedt geen dekking voor de eigen bijdrage voor geneesmiddelen en ziekenvervoer. Het geneesmiddel Palexia® in vloeibare vorm is niet in Nederland in de handel, en moet daarom worden geïmporteerd. Verzoekster voldoet niet aan het hiervoor geldende zeldzaamheidscriterium, en heeft daarom geen aanspraak op dit middel. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 11 december 2025, SKGZ202400660