Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 20 januari 2026, SKGZ202501164 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 20 januari 2026, SKGZ202501164

Toegewezen

- 202501164

Divers
Verzoekster is niet gehouden de terugvordering van de ziektekostenverzekeraar over de periode van 2019 tot en met 2023 te voldoen, omdat de ziektekostenverzekeraar door zijn handelwijze het vertrouwen heeft gewekt dat de ingediende declaraties rechtmatig waren.

Uitspraak

Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat zij niet is gehouden de terugvordering ten bedrage van € 3.500,- over de periode van 2019 tot en met 2023 aan de ziektekostenverzekeraar te betalen. De ziektekostenverzekeraar heeft verklaard dat de ingediende declaraties niet voldoen aan de daaraan gestelde eisen en dat verzoekster zorg heeft gedeclareerd die zij aan zichzelf heeft verleend. Er is zonder rechtsgrond en daarmee onverschuldigd betaald. De commissie overweegt dat de ingediende declaraties inderdaad niet voldoen aan de voorwaarden van de aanvullende ziektekostenverzekering. Dat deze manier van declareren mocht, omdat dit haar volgens verzoekster door de ziektekostenverzekeraar telefonisch was toegezegd, acht de commissie niet bewezen of anderszins aannemelijk. Verzoekster heeft verder gesteld dat bij haar het vertrouwen is gewekt dat deze wijze van declareren rechtmatig was. De commissie overweegt ten aanzien hiervan dat over de periode van 2019 tot en met 2023 door de ziektekostenverzekeraar in totaal 26 declaraties zijn vergoed die op deze manier zijn vormgegeven. Hetgeen verzoekster thans wordt tegengeworpen, had bij controle van deze declaraties voorafgaand aan het verlenen van een vergoeding, kunnen worden geconstateerd. Door zijn handelwijze gedurende een reeks van jaren heeft de ziektekostenverzekeraar bij verzoekster het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat de ingediende declaraties rechtmatig waren. Hieruit volgt dat de stelling van de ziektekostenverzekeraar dat zonder rechtsgrond, en daarmee onverschuldigd werd betaald, moet worden verworpen. De commissie wijst het verzoek daarom toe.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 20 januari 2026, SKGZ202501164