Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 10 februari 2026, SKGZ202500558 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 10 februari 2026, SKGZ202500558

Afgewezen

- 202500558

Mondzorg
Fusiechirurgie van L5-S1 bij Failed Back Surgery Syndrome of Post Surgical Pain Syndrome voldoet niet aan de ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Daarnaast is er op basis van de informatie in het dossier niet aangetoond dat verzoekster een verzekeringsindicatie had voor een laminectomie op niveau L3-4.

Uitspraak

Verzoekster kampt al meerdere jaren met rugklachten waarvoor zij in Nederland en Duitsland chirurgisch is behandeld: drie operaties op L5-S1 niveau links en één operatie op niveau L4-5 links. Omdat op enig moment littekenweefsel rond de zenuw ontstond en de medisch specialisten in Nederland en Duitsland geen behandelmogelijkheden zagen, is verzoekster verwezen naar een medisch specialist in België voor operatieve fusie en decompressie. Op 24 februari 2025 is verzoekster daar geopereerd. De ziektekostenverzekeraar heeft vergoeding van de kosten van de behandeling afgewezen omdat de bij verzoekster uitgevoerde ingrepen niet voldoen aan de ‘stand van de wetenschap en de praktijk’. De commissie overweegt dat bij verzoekster sprake was van Failed Back Surgery Syndrome (FBSS) na de eerder ondergane operaties op niveau L5-S1, en daarnaast van een nieuwe aandoening, te weten een lumbale stenose op niveau L3-4. Ten aanzien van de uitgevoerde fusiechirurgie bij FBSS, geldt dat het Zorginstituut in het nader voorlopig advies opmerkt dat uit de richtlijnen blijkt dat revisiechirurgie bij FBSS verre van de eerste behandeloptie is en dat eerst andere conservatieve behandelingen en een revalidatie behandelprogramma moeten zijn uitgevoerd. Daarnaast blijkt uit de door het Zorginstituut uitgevoerde literatuursearch dat er geen bewijs is dat revisiechirurgie bij FBSS effectiever is dan conservatieve behandeling. Daarmee voldoet revisiechirurgie bij FBSS niet aan de ‘stand van de wetenschap en praktijk’. De commissie ziet in het door verzoekster gestelde geen aanleiding om van de conclusie van het Zorginstituut op dit punt af te wijken en volgt het advies. Ten aanzien van de eveneens uitgevoerde laminectomie op niveau L3-4 geldt dat deze behandeling wél voldoet aan eerder genoemd criterium, zodat de vraag is of verzoekster hierop redelijkerwijs was aangewezen. Uit de richtlijn ‘Ongeïnstrumenteerde wervelkolomchirurgie’ volgt dat een operatie kan worden overwogen bij een patiënt met ernstige of progressieve klachten waarbij conservatieve behandelingen geen effect hebben gehad. In het nader voorlopig advies concludeert het Zorginstituut dat er in het dossier onvoldoende informatie beschikbaar is over de gevolgde conservatieve therapie en minimaal invasieve chirurgie, om de indicatie voor een laminectomie vast te stellen. Dit leidt ertoe dat verzoekster niet redelijkerwijs op een laminectomie was aangewezen. De commissie ziet ook op dit punt geen aanleiding van de conclusie van het Zorginstituut af te wijken en neemt het advies over. Hieruit volgt dat geen aanspraak bestaat op vergoeding van de in België gemaakte kosten ten laste van de zorgverzekering en dat verzoekster de gevraagde toestemming op grond van de verordening terecht werd geweigerd. De commissie wijst het verzoek af.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 10 februari 2026, SKGZ202500558