Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 16 maart 2026, SKGZ202501776 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 16 maart 2026, SKGZ202501776

- 202501776

Begin, einde verzekering
Verzoeker heeft geen belang bij een beslissing van de commissie. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

Uitspraak

Omdat zijn BRP-adres al langere tijd in onderzoek was, heeft de ziektekostenverzekeraar verzoeker verzocht bewijs van zijn verzekeringsplicht te leveren. In reactie hierop heeft verzoeker een loonstrook gestuurd. Volgens de ziektekostenverzekeraar kan uit deze loonstrook het bestaan van verzekeringsplicht op grond van de Zorgverzekeringswet niet worden afgeleid, omdat hieruit niet blijkt van inhouding van sociale premies. Verzoeker heeft de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar aan de hand van de door hem opgestuurde loonstrook van oktober 2025 kon vaststellen dat hij verzekeringsplichtig was. De commissie overweegt dat door de ziektekostenverzekeraar is gesteld dat hij op 29 oktober 2025 van de gemeente heeft doorgekregen dat het BRP-adres van verzoeker niet langer in onderzoek was. Verzoeker heeft dit bevestigd. Het voorgaande heeft ertoe geleid dat de zorgverzekering van verzoeker uiteindelijk niet is beëindigd, omdat hij – kennelijk op grond van zijn ingezetenschap - verzekerd is gebleven. Hierdoor heeft hij geen belang bij een uitspraak van de commissie over het voortzetten van de zorgverzekering op basis van het in Nederland verrichten van arbeid in dienstbetrekking ter zake waarvan hij al dan niet is onderworpen aan de loonbelasting. De stelling van verzoeker dat hij in de toekomst nieuwe problemen verwacht, maakt dit niet anders. Als zijn zorgverzekering wordt beëindigd, kan hij de kwestie alsdan opnieuw voorleggen aan SKGZ. De commissie oordeelt dat verzoeker geen belang heeft bij een uitspraak.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 16 maart 2026, SKGZ202501776