Bindend advies GcZ, 18 maart 2026, SKGZ202500654
- 202500654
Uitspraak
Verzoekster heeft eind 2023 aan de ziektekostenverzekeraar verzocht haar met ingang van 2024 te verzekeren volgens de aanvullende ziektekostenverzekering CZ Uitgebreide Tandarts Collectief. De ziektekostenverzekeraar heeft bij brief van 29 januari 2024 aan verzoekster meegedeeld dat zij niet wordt geaccepteerd voor de door haar gewenste aanvullende ziektekostenverzekering. De commissie beslist tot afwijzing van het verzoek de ziektekostenverzekeraar te verplichten verzoekster alsnog met ingang van 2024 te accepteren voor de door haar gewenste aanvullende ziektekostenverzekering en de sindsdien gemaakte tandheelkundige kosten te vergoeden. De commissie overweegt dat een (verzekerings)overeenkomst, op grond van artikel 6:217 BW, tot stand komt door aanbod en aanvaarding. In het onderhavige geval, waar het betreft een aanvullende ziektekostenverzekering en niet een verzekering gebaseerd op de Zorgverzekeringswet, mag de ziektekostenverzekeraar besluiten het aanbod niet te aanvaarden als de persoon die het aanbod heeft gedaan naar zijn mening een onaanvaardbaar risico vormt. Alleen als de ziektekostenverzekeraar een beleid voert waarbij hij een willekeurig onderscheid maakt tussen aspirant-verzekerden, kan dit anders zijn. Dat die situatie hier aan de orde is, is echter gesteld noch gebleken. Gelet op het voorgaande stond het de ziektekostenverzekeraar vrij om gezondheidsvragen te stellen en op basis van de gegeven antwoorden te besluiten het aanbod van verzoekster niet te aanvaarden, wat dan neerkomt op het weigeren van verzoekster voor de aanvullende ziektekostenverzekering CZ Uitgebreide Tandarts Collectief.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 18 maart 2026, SKGZ202500654