Bindend advies GcZ, 19 mei 2026, SKGZ202501597
- 202501597
Uitspraak
Verzoeker is in België opgenomen geweest. De kosten hiervan heeft hij achteraf gedeclareerd bij de ziektekostenverzekeraar. Deze heeft vergoeding geweigerd, omdat verzoeker geen voorafgaande toestemming heeft gevraagd. De commissie overweegt dat verzoeker niet betwist dat er een voorafgaande toestemming is vereist. Hij doet een beroep op de redelijkheid en billijkheid, omdat hij voorheen zonder problemen behandelingen vergoed kreeg. Alhoewel verzoeker in het verleden behandelingen – al dan niet met opnamedagen – van zorg in België vergoed heeft gekregen, betekent dit niet dat het toestemmingsvereiste hem niet kan worden tegengeworpen. Verder geldt dat de ziektekostenverzekeraar een toestemmingsvereiste mag hanteren, zoals voor planbare zorg in het buitenland. Aangezien verzoeker geen voorafgaande toestemming heeft gevraagd, mocht de ziektekostenverzekeraar vergoeding van de kosten op grond hiervan afwijzen. Toepassing van het toestemmingsvereiste is onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. De beslissing om een (gedeeltelijke) vergoeding op basis van coulance te verstrekken, is voorbehouden aan de ziektekostenverzekeraar. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 19 mei 2026, SKGZ202501597