Bindend advies GcZ, 19 juni 2026, SGKZ202501134
- 202501134
Uitspraak
Verzoeker heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat hij in maart of april 2026 weer aanspraak heeft op vervanging van de steunkousen. De ziektekostenverzekeraar gaat uit van een gebruikstermijn van twaalf maanden, waardoor pas op 9 juni 2026 aanspraak bestaat op vervanging van de steunkousen, tenzij eerder sprake is van een noodzaak daartoe. De commissie overweegt dat voor hulpmiddelenzorg als uitgangspunt geldt dat een verzekerde te allen tijde recht heeft op een adequaat functionerend hulpmiddel. Dat verzoeker ten tijde van het geschil niet beschikte over steunkousen die adequaat functioneerden is gesteld noch anderszins gebleken. Dit betekent dat de datum van 9 juni 2025 bepalend is voor de start van de gebruiksduur van twaalf maanden en dat verzoeker in maart of april 2026 geen aanspraak had op voortijdige vervanging van de steunkousen. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 19 juni 2026, SGKZ202501134