Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 19 juni 2026, SKGZ202501650 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 19 juni 2026, SKGZ202501650

Afgewezen

- 202501650

Mondzorg
Verzoeker heeft geen aanspraak op het aanbrengen van twee implantaten met hierop kronen in de bovenkaak, omdat deze behandeling niet doelmatig is.

Uitspraak

Verzoeker heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar gehouden is de aangevraagde tandheelkundige behandeling, bestaande uit het aanbrengen van twee implantaten met hierop een kroon ter plaatse van de 13 en 23, te vergoeden. De ziektekostenverzekeraar heeft vergoeding geweigerd, aanvankelijk omdat verzoeker naar aard en omvang niet redelijkerwijs op de aangevraagde behandeling is aangewezen. Later heeft hij aangevoerd dat de behandeling niet doelmatig is, omdat de zes reeds in de bovenkaak aanwezige implantaten kunnen dienen als steun voor een vaste constructie en bruggen met één of twee dummies zeer gebruikelijk zijn. De commissie merkt op dat de indicatievoorwaarde is vastgelegd in het Bzv en dat partijen hierover niet meer verdeeld zijn. Doelmatigheid is niet het onderwerp van wetgeving en hierover moeten in de verzekeringsovereenkomst afspraken zijn gemaakt, zoals in dit geval ook is gebeurd. De commissie stelt vast dat de behandelend CBT-tandarts erkent dat bruggen ook een optie zijn, maar dat hij zich zorgen maakt over de grote overspanning met twee dummies. Daarbij is er volgens hem geen groot verschil in kosten tussen de aangevraagde behandeling en twee 5-delige bruggen. De commissie stelt vast dat de stellingen van de ziektekostenverzekeraar onvoldoende zijn weersproken. Waarom in het specifieke geval van verzoeker niet kan worden volstaan met twee bruggen is niet toegelicht en het gestelde geringe verschil in kosten is niet onderbouwd. Om die reden moet het ervoor worden gehouden dat het plaatsen van twee bruggen een doelmatige oplossing vormt. Over de dekking van de aanvullende ziektekostenverzekering zijn partijen niet verdeeld. Het verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 19 juni 2026, SKGZ202501650