Bindend advies GcZ, 30 juni 2026, SKGZ202501354
- 202501354
Uitspraak
Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar de kosten van de door haar in Kaapstad, Zuid-Afrika, in 2025 genoten verlengde klinische GGZ-behandeling volledig dient te vergoeden ten laste van de zorgverzekering. Volgens de ziektekostenverzekeraar bestaat hierop geen aanspraak, omdat het behandeldoel waarop de oorspronkelijke aanvraag zag ten tijde van de betreffende verlengingsaanvraag al was behaald. De ziektekostenverzekeraar heeft wel aanleiding gezien om een verlenging met 14 dagen te accorderen. De commissie overweegt dat verzoekster heeft onderbouwd waarom de verlenging met 56 dagen ten tijde van de verlengingsaanvraag noodzakelijk was. Daartegen heeft de ziektekostenverzekeraar onvoldoende gemotiveerd verweer gevoerd. Hij heeft daarom ten onrechte een akkoordverklaring gegeven voor een verlenging met slechts 14 dagen. Dit betekent dat verzoekster, met in achtneming van de voorwaarden van de zorgverzekering, aanspraak heeft op vergoeding van de kosten van de op 28 april 2025 aangevraagde verlenging van de klinische GGZ-behandeling, ten laste van de zorgverzekering, behoudens de 14 dagen die al eerder werden vergoed. Tevens dient hij aan verzoekster het betaalde klachtgeld van € 37,- te vergoeden.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 30 juni 2026, SKGZ202501354