Bindend advies GcZ, 20 juli 2026, SKGZ202501613
- 202501613
Uitspraak
Verzoeker is sinds het voorjaar van 2025 bekend met een rectumcarcinoom in het middelste deel van het rectum. Verzoeker geeft de voorkeur aan een orgaansparende behandeling, in de vorm van chemotherapie, zonder radiotherapie of aanvullende chirurgie. Hiervoor bezoekt hij een arts in San Marino. Aldaar is voorgesteld hem te behandelen met vier tot zes cycli chemotherapie, bestaande uit bevacizumab en FOLFOX of FUFA. De ziektekostenverzekeraar heeft afwijzend beslist op het verzoek om vergoeding van de kosten, omdat deze behandeling niet voldoet aan de ‘stand van de wetenschap en praktijk’. De commissie overweegt dat een voorwaarde om voor vergoeding van medische specialistische zorg in aanmerking te komen is dat de betreffende behandeling moet voldoen aan de ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Het Zorginstituut heeft onderzocht of alleen chemotherapie een geschikte nabehandeling is bij een lokaal uitgebreid rectumcarcinoom (stadium T2NxM0) na lokale excisie. Uit een literatuuronderzoek in meerdere medische databases en richtlijnen blijkt dat hiervoor geen bewijs bestaat. Geen enkele (inter)nationale richtlijn adviseert enkel chemotherapie zonder chirurgie (d.w.z. volledige resectie van omliggend weefsel en lymfeklieren) of radiotherapie in deze situatie. Chemotherapie kan wel worden toegepast bij ernstigere ziektes, uitzaaiingen of wanneer een operatie te risicovol is, maar niet in het beschreven geval. Daarom voldoet de aangevraagde behandeling niet aan de ‘stand van wetenschap en praktijk’. De commissie ziet geen aanleiding af te wijken van het advies van het Zorginstituut. Dit betekent dat deze behandeling niet voor vergoeding ten laste van de zorgverzekering in aanmerking komt. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 20 juli 2026, SKGZ202501613