Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 24 juli 2025, SKGZ202402208 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 24 juli 2025, SKGZ202402208

Afgewezen

- 202402208

Premie, eigen risico
Verzoeker heeft de verzekeringsovereenkomst met de ziektekostenverzekeraar in 2025 voortgezet en is om die reden de voor dat jaar toepasselijke maandpremie verschuldigd.

Uitspraak

Verzoeker heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar is gehouden voor 2025 een premiebedrag van € 655,-- (eventueel verhoogd met 3% - 7%) in plaats van € 825,-- per persoon per maand in rekening te brengen. De ziektekostenverzekeraar heeft verklaard dat het onvermijdelijk is de premies te verhogen en dat hij verzoeker voor 2025 een aanbod heeft gedaan van € 825,-- per persoon per maand. De commissie overweegt dat de ziektekostenverzekeraar aan verzoeker een aanbod tot verlenging van de verzekering heeft gestuurd. Hij heeft in dat verband aangeboden eenmalig en onverplicht de premie van 2024, te weten € 825,-- per persoon per maand, ook voor 2025 in rekening te brengen. Verzoeker had, op grond van artikel 5.3 van de voorwaarden van de ziektekostenverzekering, tot uiterlijk 31 december 2024 de mogelijkheid zijn verzekering met ingang van 1 januari 2025 op te zeggen. Van die mogelijkheid heeft verzoeker geen gebruik gemaakt. Van dwaling omtrent het aanbod kan geen sprake zijn, en de ziektekostenverzekeraar heeft expliciet gewezen op de opzegmogelijkheid, zodat verzoeker voor 2025 toepasselijke premie van € 825,- per persoon per maand is verschuldigd. Verzoeker heeft verklaard dat hem in 2010 is meegedeeld dat de premies ongeveer 3% tot 7% per jaar zouden stijgen. De commissie merkt hierover op dat verzoeker verwijst naar een mededeling die hem 15 jaren geleden is gedaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat de zorgkosten jaarlijks toenemen. Die toename kan ook meer dan 7% bedragen, zodat de verwijzing naar de mededeling – die overigens ook toen naar zijn aard niet meer dan een schatting vormde – geen doel treft. Het verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 24 juli 2025, SKGZ202402208