Bindend advies GcZ, 17 december 2025, SKGZ202401757
- 202401757
Uitspraak
Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat (i) de ziektekostenverzekeraar is gehouden de opname in de kliniek Montrose Manor in Zuid-Afrika, inclusief de nazorg, te vergoeden, en (ii) daarbij te beslissen dat de ziektekostenverzekeraar ten onrechte zeer privacygevoelige informatie heeft opgevraagd, terwijl dit niet nodig was voor de beoordeling van de aanvraag voor de klinische behandeling en het online nazorgtraject. De ziektekostenverzekeraar heeft gesteld dat de aanvraag voor de klinische behandeling onvolledig was, verzoekster voorafgaand aan de behandeling geen toestemming heeft gekregen, en zij niet redelijkerwijs was aangewezen op deze zorg. De ziektekostenverzekeraar heeft erkend dat hij te veel medische informatie heeft opgevraagd in het kader van het online nazorgtraject. Vergoeding van de facturen van het nazorgtraject is afgewezen, omdat niet kan worden getoetst welke zorg is geleverd, of de zorgaanbieder gekwalificeerd is, en hoe vaak en hoe lang de zorg is geleverd. Wat betreft de indicatie voor de klinische behandeling overweegt de commissie dat bij verzoekster geen sprake was van levensbedreigende complicaties of andere niet te controleren symptomen. Daarnaast werd haar Body Mass Index (BMI) ten tijde van de opname in Zuid-Afrika in ernst als een lichte stoornis beschouwd. De commissie beslist daarom dat verzoekster niet redelijkerwijs was aangewezen op een klinische behandeling van anorexia nervosa. In het kader van de aanvraag voor de klinische behandeling werden terecht medische gegevens opgevraagd. Ten aanzien van het opvragen van aanvullende informatie voor de beoordeling van het online nazorgtraject overweegt de commissie dat door de ziektekostenverzekeraar is erkend dat hij informatie heeft opgevraagd die hiervoor niet nodig was. De uiteindelijke afwijzing van de kosten van het nazorgtraject is evenwel terecht, aangezien de geleverde zorg niet toetsbaar is, zodat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 7:941, tweede lid, BW. De commissie ziet in de gang van zaken aanleiding de ziektekostenverzekeraar te verplichten het entreegeld van € 37,-- aan verzoekster te vergoeden. Voor het overige wordt het verzoek afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 17 december 2025, SKGZ202401757