Bindend advies GcZ, 12 december 2025, SKGZ202500028
- 202500028
Uitspraak
Verzoeker heeft in 2013, op 8-jarige leeftijd, een ongeval gehad. Hierdoor was één voortand deels afgebroken en zat deze los. Vijf jaar later is dit element behandeld in verband met een afgestorven tandzenuw. Uiteindelijk is de voortand in september 2024, nadat verzoeker de leeftijd van 18 jaar had bereikt, opnieuw gebroken en helemaal los gaan zitten. Hierdoor was een fronttandbehandeling, bestaande uit het aanbrengen van een implantaat met daarop een kroon, noodzakelijk. De ziektekostenverzekeraar heeft de aanvraag hiertoe afgewezen. De commissie overweegt dat uit het behandeldossier niet blijkt dat element 21 verloren is gegaan als direct gevolg van het trauma in 2013. Voorts komt uit de beschikbare informatie niet naar voren dat element 21 vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar als verloren moest worden beschouwd. Zo is er geen indicatie voor het aanbrengen van een implantaat gesteld voordat verzoeker 18 jaar werd. Integendeel, nog op 15 maart 2024 werd het plaatsen van een kroon op element 21 voorgesteld. Het voorgaande is bevestigd door het Zorginstituut in zijn voorlopig advies van 10 september 2025. De commissie volgt dit advies. Dit betekent dat geen aanspraak bestaat in het kader van de regeling fronttandvervanging, ten laste van de zorgverzekering. Op grond van de aanvullende ziektekostenverzekering komt een bedrag van maximaal € 250,- voor vergoeding in aanmerking voor alle mondzorg tezamen. Aan de voorwaarden om aanspraak te maken op de ongevalsdekking is niet voldaan. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 12 december 2025, SKGZ202500028