Bindend advies GcZ, 23 december 2025, SKGZ202500862
- 202500862
Uitspraak
Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat zij geen fraude heeft gepleegd en dat de door de ziektekostenverzekeraar bij brief van 13 november 2024 opgelegde maatregelen daarom dienen te vervallen. Verzoekster heeft gesteld dat zij destijds online de aanvullende ziektekostenverzekering heeft aangevraagd, met ingangsdatum 1 januari 2024. Zij heeft een van de vragen van de medische selectie niet naar waarheid beantwoord, omdat zij anders niet verder kon in het aanvraagproces. De ziektekostenverzekeraar heeft toegelicht dat de betreffende verzekering alleen kan worden afgesloten als betrokkene in de komende 2 jaren geen tandheelkundige behandeling verwacht. Bij het invullen van het online aanvraagformulier wordt – als wordt ingevuld dat deze wel te verwachten is –uitgelegd om welke reden men niet verder kan met het aanvraagproces. Verzoekster heeft bij de aanvraag verklaard geen tandheelkundige behandeling te verwachten binnen 2 jaren. Zij heeft echter op 13 januari 2024 een tandheelkundige behandeling ondergaan, waarvan na onderzoek is gebleken dat verzoekster ten tijde van de aanvraag reeds ervan op de hoogte was dat deze behandeling zou plaatsvinden. De commissie overweegt dat vaststaat dat verzoekster bij het aangaan van de aanvullende ziektekostenverzekering een van de vragen in het kader van de medische selectie niet naar waarheid heeft beantwoord. Hiermee heeft zij de op haar rustende mededelingsplicht geschonden. Zij had het opzet de ziektekostenverzekeraar te misleiden en heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan fraude. De ziektekostenverzekeraar mocht daarom de door hem getroffen maatregelen nemen, waarbij hij overigens de duur van de registratie in het IVR lopende de procedure heeft teruggebracht van 8 naar 6 jaren. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 23 december 2025, SKGZ202500862