Bindend advies GcZ, 21 januari 2026, SKGZ202500849
- 202500849
Uitspraak
Verzoekster heeft twee oplaadbare hoortoestellen aangeschaft bij een door de ziektekostenverzekeraar gecontracteerde leverancier. Bij de hoortoestellen werd een oplader geleverd. De ziektekostenverzekeraar heeft een vergoeding verleend op basis van 75% van de kosten per hoortoestel. De kosten van de oplader zijn voor rekening van verzoekster gebleven, waarbij de ziektekostenverzekeraar zich heeft beroepen op het ontbreken van een machtigingsaanvraag en op het feit dat een oplader niet doelmatig is. De commissie beslist tot gedeeltelijke toewijzing van het verzoek de ziektekostenverzekeraar te verplichten de kosten van de oplader alsnog te vergoeden. Daarbij overweegt zij dat de ziektekostenverzekeraar zijn verzekerden de keuze heeft gelaten om binnen de geïndiceerde categorie te opteren voor een oplaadbaar hoortoestel. Zoals blijkt uit het voorlopig advies van het Zorginstituut van 6 oktober 2025 en het definitief advies van 2 december 2025 bestaat op grond van artikel 2.9, eerste lid, Bzv aanspraak op een adequaat functionerend hulpmiddel. Naar het oordeel van de commissie kan hieronder niet worden verstaan een hoortoestel met een eenmalig door de leverancier opgeladen accu. Dit is slechts anders als het toestel ook werkt op batterijen, maar dat laatste is gesteld noch gebleken. Onder deze omstandigheden kan het gebrek aan doelmatigheid, waar het gaat om de noodzakelijke oplader, verzoekster niet worden tegengeworpen. De verzekeringsvoorwaarden bepalen dat 75% van de kosten van hoortoestellen wordt vergoed. Ook de kosten van de oplader komen daarmee voor 75% voor vergoeding in aanmerking, hetgeen leidt tot een nabetaling van € 149,63. Aangezien het verzoek hiermee gedeeltelijk wordt toegewezen, dient de ziektekostenverzekeraar ook het vanwege de onderhavige procedure door verzoekster betaalde klachtgeld van € 37,-- te vergoeden.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 21 januari 2026, SKGZ202500849