Bindend advies GcZ, 23 januari 2026, SKGZ202500729
- 202500729
Uitspraak
De commissie begrijpt het verzoek aldus dat dit betrekking heeft op: (i) het niet (tijdig) incasseren van de premieachterstand door de zorgverzekeraar, (ii) een verklaring voor recht over de aan- en afmelding van verzoeker bij het CAK in het kader van de Regeling betalingsachterstand zorgpremie, en (iii) een verklaring voor recht over de berekende incassokosten. Met betrekking tot het derde onderdeel heeft de zorgverzekeraar gesteld, en dit is door verzoeker niet bestreden, dat deze kosten onderdeel zijn van een op dit moment lopende procedure bij de rechtbank. De commissie is niet bevoegd zich uit te laten over een kwestie die al aanhangig is gemaakt bij de bevoegde rechter. Hierover zal dan ook geen oordeel worden gegeven.Ten aanzien van het eerste onderdeel geldt dat de premie een brengschuld is, zodat het op de weg van verzoeker ligt zorg te dragen voor tijdige betaling, dat wil zeggen vóór of uiterlijk op de premievervaldatum. Wat betreft het tweede onderdeel is door de zorgverzekeraar erkend dat de twee- en viermaands brieven niet op de juiste wijze zijn verzonden. Om die reden heeft de zorgverzekeraar aan verzoeker al volledige compensatie aangeboden voor de door hem geleden schade. Niet valt in te zien welk belang hij nog heeft bij een verklaring voor recht hierover. Voor zover de commissie bevoegd is van het geschil kennis te nemen en hierover te oordelen, wordt het verzoek afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 23 januari 2026, SKGZ202500729