Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 10 februari 2026, SKGZ202500718 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 10 februari 2026, SKGZ202500718

Afgewezen

- 202500718

Vervoer
Verzoekers hebben geen aanspraak op vergoeding van de kosten die zijn gemaakt in het kader van de repatriëring van erflaatster van Istanbul naar Arnhem.

Uitspraak

Verzoekers hebben aan de commissie verzocht te bepalen dat (1) de ziektekostenverzekeraar repatriëring ten onrechte heeft geweigerd, (2) de ziektekostenverzekeraar gehouden is de kosten van de repatriëring volledig te vergoeden, en (3) de ziektekostenverzekeraar gehouden is de geleden schade te vergoeden. Verzoekers stellen dat de medische noodzaak van de repatriëring telefonisch werd bevestigd door een arts van de ANWB Alarmcentrale en de ziektekostenverzekeraar en dat de noodzaak tot repatriëring blijkt uit het feit dat door de ANWB Alarmcentrale een aanvraag bij de ziektekostenverzekeraar is ingediend. Volgens de ziektekostenverzekeraar bestaat hierop geen aanspraak. De commissie volgt het Zorginstituut in zijn conclusie dat geen aanspraak bestaat op vergoeding van het vervoer ten laste van de zorgverzekering. Erflaatster beschikte namelijk niet over de in artikel 2.13, tweede lid, Bzv genoemde toestemming. Ook op grond van de aanvullende ziektekostenverzekering bestaat geen aanspraak op vergoeding van de betreffende kosten, aangezien niet is komen vast te staan dat de medische noodzaak tot repatriëring door de ANWB Alarmcentrale is bepaald. Het beroep op telefonische toezeggingen en gewekt vertrouwen slaagt niet. Nu de ziektekostenverzekeraar (vergoeding van de kosten van) repatriëring terecht heeft geweigerd, worden de verzoeken onder (1) en (2) afgewezen. De commissie wijst het verzoek onder (3) eveneens af.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 10 februari 2026, SKGZ202500718