Bindend advies GcZ, 17 februari 2026, SKGZ202500834
- 202500834
Uitspraak
Verzoeker heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de zorgverzekeraar gehouden is een akkoordverklaring, op grond van rolstoelafhankelijkheid, te geven voor zittend ziekenvervoer per rolstoeltaxi, ten laste van de zorgverzekering. De zorgverzekeraar heeft gesteld dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden die gelden voor de aanspraak op zittend ziekenvervoer vanwege rolstoelafhankelijkheid. Hierbij heeft hij toegelicht dat hij een strikter beleid is gaan voeren ten aanzien van dergelijke aanvragen. De commissie volgt het Zorginstituut in zijn conclusie dat niet is voldaan aan de voorwaarde van rolstoelafhankelijkheid zoals bedoeld in artikel 2.14 ,eerste lid, onderdeel c, Bzv en dat verzoeker daarom op deze grond geen aanspraak kan maken op zittend ziekenvervoer per rolstoeltaxi, ten laste van de zorgverzekering. Hij komt wel in aanmerking voor vervoer per (gewone) taxi, eigen auto of openbaar vervoer, op basis van de hardheidsclausule. Verzoeker mocht voorts – op grond van de afgegeven vervoersmachtiging voor 2023 dan wel het feitelijk handelen van de vervoerder in 2024 - niet gerechtvaardigd erop vertrouwen dat hij voor het jaar 2025 een akkoordverklaring voor vervoer per rolstoeltaxi zou krijgen van de zorgverzekeraar. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 17 februari 2026, SKGZ202500834