Bindend advies GcZ, 4 maart 2026, SKGZ202500380
- 202500380
Uitspraak
Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar gehouden is de kosten van het aanbrengen van vier implantaten in de bovenkaak te vergoeden ten laste van de zorgverzekering, dan wel dat hij daartoe uit coulance zou moeten overgaan. Daarnaast heeft zij de commissie verzocht om de ziektekostenverzekeraar te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure ten bedrage van € 37,--. Volgens de ziektekostenverzekeraar bestaat op het een noch het ander aanspraak. De commissie volgt het Zorginstituut in zijn conclusie dat verzoekster geen verzekeringsindicatie heeft voor het aanbrengen van de vier implantaten in de bovenkaak, omdat geen sprake is van een ernstig geslonken kaak. Daarnaast bestaat een contra-indicatie voor het gevraagde, aangezien verzoekster rookt. Bij verzoekster zijn er geen functionele klachten ten gevolge van kaakresorptie. Daarom bestaat geen aanspraak op een implantaatgedragen prothese, aldus het Zorginstituut. Verder geldt dat de beslissing om de kosten te vergoeden uit coulance is voorbehouden aan de ziektekostenverzekeraar. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 4 maart 2026, SKGZ202500380