Bindend advies GcZ, 6 april 2026, SKGZ202401141
- 202401141
Uitspraak
Verzoekster heeft van de zorgverzekeraar diverse premienota’s en zorgkostennota’s ontvangen. De zorgverzekeraar heeft haar op een aantal momenten meegedeeld dat een betalingsachterstand is ontstaan. Hij heeft vervolgens verschillende vorderingen overgedragen aan een incassogemachtigde. Verzoekster is van mening dat de zorgverzekeraar onvoldoende duidelijkheid heeft verschaft over de opbouw van de openstaande vordering. Hierbij staat vast dat verzoekster bij herhaling bedragen te laat heeft betaald. De zorgverzekeraar heeft door hem ontvangen bedragen geboekt op verschillende andere openstaande posten. De commissie beslist tot afwijzing van het verzoek. De premie is een brengschuld, zodat het op de weg van verzoekster ligt zorg te dragen voor tijdige betaling, dat wil zeggen vóór of uiterlijk op de premievervaldatum. Bij niet-tijdige betaling treedt het verzuim automatisch in. Dit kan anders zijn indien verzoekster niet op de hoogte was van het bedrag dat zij aan de zorgverzekeraar was verschuldigd. Maar dit is niet aan de orde nu de premie kenbaar is aan de hand van het polisblad en de premienota’s met het betalingskenmerk haar ruim vóór de premievervaldatum zijn toegestuurd. De gevolgen van niet-tijdige betaling liggen in haar risicosfeer. Zo kan de zorgverzekeraar ontvangen bedragen toerekenen aan andere vorderingen, conform het BW. Met betrekking tot de zorgkosten en het (verplicht) eigen risico geldt dat verzoekster hiermee pas bekend werd na ontvangst van de desbetreffende facturen. Door verzoekster is aangevoerd dat zij met enige regelmaat de post niet tijdig ontvangt. Niet gebleken is echter dat de post door haar in het geheel niet werd ontvangen, dan wel dat op een later moment niet duidelijk is geworden welke bedragen zij was verschuldigd. Verzoekster heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat zij meer of andere betalingen heeft verricht dan die welke op het overzicht van de zorgverzekeraar zijn vermeld. Ook heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij het hierop vermelde totaal verschuldigde bedrag heeft voldaan. Het overzicht van de zorgverzekeraar van 27 februari 2026 biedt in samenhang met de overgelegde nota’s voldoende duidelijkheid over de opbouw van het bedrag van € 1.362,80.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 6 april 2026, SKGZ202401141