Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 21 april 2026, SKGZ202402063 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 21 april 2026, SKGZ202402063

Afgewezen

- 202402063

Verblijf, verpleging, verzorging, Zvw-pgb
Verzoekster heeft geen aanspraak op vergoeding van de nota’s inzake het PGB vv die volgens haar op het kantoor van de zorgverzekeraar zijn zoekgeraakt.

Uitspraak

In 2017 is namens verzoekster een grote hoeveelheid nota’s afgegeven op het kantoor van de zorgverzekeraar. Een deel hiervan is – na een klacht – aan haar vergoed, maar de nota’s die betrekking hadden op het PGB vv van 2015-2017 niet. Verzoekster heeft geen kopieën gemaakt van de ingediende nota’s. Hoewel de zorgverzekeraar excuses heeft aangeboden voor het zoekraken van de nota’s, maakt dit nog niet dat daarmee vaststaat dat door verzoekster nota’s in verband met het PGB vv over 2015-2017 zijn aangeleverd onderscheidenlijk dat deze tot een te vergoeden bedrag van € 30.000,-- leiden. Verzoekster heeft dat alles niet aannemelijk gemaakt. Haar stelling in dit verband dat de stapel met nota’s zo groot was dat het voor haar niet mogelijk zou zijn deze alle te kopiëren, kan de commissie niet overtuigen van het tegendeel. Daarbij valt niet in te zien waarom een grote stapel originelen praktisch gezien niet te kopiëren zou zijn. Bovendien is niet gebleken dat verzoekster in de periode dat de PGB vv-nota’s volgens haar zijn zoekgeraakt hierover contact heeft gehad met de zorgverzekeraar, terwijl de hoogte van het bedrag significant is. Ook heeft zij hierop volgend kennelijk geen contact gezocht met de zorgverlener(s) om via die weg kopieën van de originelen te verkrijgen, hoewel die mogelijkheid haar in 2018 door de zorgverzekeraar werd geboden en verzoekster hiervan volgens de zorgverzekeraar ook gebruik zou gaan maken. Tijdens de procedure heeft verzoekster ook de nota’s ter zake het PGB vv voor 2018 in het geding gebracht. De commissie kan de zorgverzekeraar volgen in zijn stellingen dat deze nota’s geen onderdeel waren van het oorspronkelijke geschil en dat het onwaarschijnlijk is dat de desbetreffende nota’s eveneens zouden zijn zoekgeraakt. Het voorgaande leidt ertoe dat op basis van de voorwaarden geen aanspraak meer bestaat op vergoeding van de nota’s met betrekking tot het PGB vv over de jaren 2015-2018. De commissie wijst het verzoek af. De zorgverzekeraar heeft uit coulance besloten de betalingen alsnog als bewijs te accepteren, zowel de girale als contante, en hiervoor vergoedingen te verlenen van € 1.799,48 respectievelijk € 8.490,91. De commissie kan in die beslissing van de zorgverzekeraar niet treden.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 21 april 2026, SKGZ202402063