Bindend advies GcZ, 28 april 2026, SKGZ202402233
- 202402233
Uitspraak
Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar gehouden is de op 30 januari 2025 ingediende aanvraag voor tandheelkundige zorg na een ongeval alsnog volledig goed te keuren. De ziektekostenverzekeraar heeft voor een deel een machtiging afgegeven en voor het overige zijn afwijzende beslissing gehandhaafd. De commissie overweegt dat de termijn van één jaar en de mogelijkheid van uitstel geen onderwerp van discussie meer vormen. Waar het gaat om de medisch inhoudelijke beoordeling geldt dat in 2023 is gekozen voor de behandeling met composiet. Dat dit toen werd gezien als een tijdelijke oplossing blijkt niet uit de stukken. Door verzoekster is gesteld dat stukjes van het composiet zijn afgebroken. Hiervan heeft zij echter geen bewijs geleverd, hetgeen zij met name had kunnen doen door aan te tonen dat het composiet na 2023 moest worden vervangen. Dat zij intussen een andere behandelkeuze wenst te maken doet geen aanspraak ontstaan. Dit zou er immers toe leiden dat elk herstel van schade na een ongeval per definitie een tijdelijk karakter heeft, in afwachting van nieuwe behandelmogelijkheden. Dat verdraagt zich niet met artikel 50, waarin is bepaald dat de behandeling binnen één jaar na het ongeval moet plaatsvinden. De ziektekostenverzekeraar heeft de aanvraag van 30 januari 2025 daarom terecht afgewezen. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 28 april 2026, SKGZ202402233