Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 29 april 2026, SKGZ202500920 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 29 april 2026, SKGZ202500920

Afgewezen

- 202500920

Begin, einde verzekering
De ziektekostenverzekeraar heeft de zorgverzekering terecht met ingang van 9 maart 2025 beëindigd.

Uitspraak

De ziektekostenverzekeraar heeft toegelicht dat verzoeker bij hem was verzekerd op basis van de Flexpolis, een collectieve verzekering bedoeld voor arbeidsmigranten of expats, die geen ingezetenen zijn, maar als niet-ingezetenen op grond van een loondienstverband onder de Wlz vallen en verzekeringsplichtig zijn voor de Zvw. Voor deze groep geldt dat de verzekeringsplicht doorgaans eindigt als het loondienstverband eindigt. Over de aan- en afmelding heeft de ziektekostenverzekeraar afspraken gemaakt met de werkgevers. In dit geval is verzoeker afgemeld met de mededeling “einde dienstverband”, kennelijk zonder verdere toelichting. De commissie overweegt dat, waar het gaat om de zorgverzekering, gelet op artikel 6 Zvw – welk artikel ten grondslag ligt aan artikel 3.4 van de Algemene bepalingen - die enkele mededeling onvoldoende is om te concluderen dat de verzekeringsplicht van verzoeker was geëindigd. De ziektekostenverzekeraar heeft in dit verband echter onweersproken gesteld dat aan verzoeker op 10 maart 2025 een brief is gestuurd, waarvan door hem in de procedure een kopie is overgelegd. Deze brief werd gestuurd naar het bekende woonadres, en in hierin wordt gesteld: “If you are receiving unemployment or sickness benefit from the UWV, please send us a copy of the decision from the UWV granting you this benefit and your most recent payment specification.” Het staat vast dat verzoeker hier op dat moment geen gevolg aan heeft gegeven. Ook op een notificatie-e-mailbericht werd door verzoeker niet gereageerd. Gesteld noch gebleken is dat het daarbij gehanteerde e-mailadres onjuist is. De door de ziektekostenverzekeraar gevolgde handelwijze is in overeenstemming met artikel 5.3 van de Algemene bepalingen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de ziektekostenverzekeraar rond de datum van beëindiging van de zorgverzekering geen aanwijzingen had dat verzoeker – als niet-ingezetene - nog steeds verzekeringsplichtig zou kunnen zijn. Hij mocht daarom concluderen dat de zorgverzekering met ingang van 9 maart 2025 moest worden beëindigd. De commissie constateert verder dat de ziektekostenverzekeraar lopende de procedure heeft vastgesteld dat verzoeker, omdat hij een Ziektewetuitkering ontvangt, ook na 9 maart 2025 aanspraak had op de zorgverzekering en voortzetting van de aanvullende ziektekostenverzekering. Hierover bestaat tussen partijen dan ook geen geschil (meer).

Uitspraak Bindend advies GcZ, 29 april 2026, SKGZ202500920