Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 5 mei 2026, SKGZ202500090 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 5 mei 2026, SKGZ202500090

Afgewezen

- 202500090

Buitenland, Europees recht Medisch-specialistische zorg
Vertraging bij afwikkeling medische kosten. Verzoek om vergoeding van de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten terecht door de ziektekostenverzekeraar geweigerd

Uitspraak

Verzoeker heeft de commissie verzocht te beslissen over de handelwijze van de ziektekostenverzekeraar inzake de afwijzing van de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Hij heeft ter toelichting op zijn verzoek verklaard dat hij niet ermee bekend was dat hij rente en kosten direct moest vorderen. Hierdoor heeft hij, nadat de medisch-specialistische zorg alsnog was vergoed, achteraf een verzoek daartoe moeten indienen, dat door de ziektekostenverzekeraar ten onrechte is afgewezen. De ziektekostenverzekeraar meent dat de commissie tot niet-ontvankelijkheid moet concluderen. Verder heeft hij verklaard dat hij, na ontvangst van de ontbrekende medische informatie, alsnog achteraf toestemming heeft verleend. De vertraging in het aanleveren van de medische informatie ligt volgens de ziektekostenverzekeraar geheel buiten zijn invloedsfeer. Van onrechtmatig handelen zijnerzijds is geen sprake. De commissie besluit dat het verzoek ontvankelijk is en overweegt dat het, gelet op artikel 7:941, tweede lid, BW, aan de verzekeringnemer en de tot uitkering gerechtigde is alle inlichtingen en bescheiden te verschaffen op basis waarvan de verzekeraar kan vaststellen dat, en tot welke vergoeding hij gehouden is. Die verplichting kan niet worden afgewenteld op de medisch adviseur van de ziektekostenverzekeraar. De commissie overweegt verder dat de handelwijze van de ziektekostenverzekeraar niet onjuist of onzorgvuldig was. Hieruit volgt volgens de commissie – nog daargelaten de beperkingen van artikel 21 van het toepasselijke reglement – dat geen aanleiding bestaat voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Dat de ziektekostenverzekeraar zich niet heeft gehouden aan artikel 1.1.1. van de Gedragscode voor Zorgverzekeraars is voorts niet gebleken. Het verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 5 mei 2026, SKGZ202500090