Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 6 mei 2026, SKGZ202501201 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 6 mei 2026, SKGZ202501201

Afgewezen

- 202501201

Verblijf, verpleging, verzorging, Zvw-pgb
Verzoekster heeft geen aanspraak op vergoeding van een hoger uurtarief dan € 35,40 voor de formele zorgverleners die zij betaalt vanuit het PGB vv.

Uitspraak

Verzoekster heeft de beschikking over een PGB vv. De zorg wordt aan haar verleend door drie ZZP’ers. Tot 1 januari 2025 werkten deze ZZP’ers via een thuiszorgorganisatie. Met ingang van 1 januari 2025 is dit wettelijk niet meer toegestaan, en zijn de ZZP’ers rechtstreeks voor haar gaan werken tegen een tarief van € 43,- per uur. Bij brief van 18 juni 2025 heeft de ziektekostenverzekeraar aan verzoekster meegedeeld dat het uurtarief voor formele zorgverleners die Persoonlijke Verzorging verlenen maximaal € 35,40 bedraagt. Verzoekster is van mening dat dit tarief te laag is. De commissie beslist tot afwijzing van het verzoek en stelt hierbij voorop dat het reglement, waarin het uurtarief is opgenomen, deel uitmaakt van de voorwaarden van de zorgverzekering, en dat verzoekster zich hieraan bij het afsluiten van de zorgverzekering (en de stilzwijgende verlenging hiervan) heeft geconformeerd. Het uurtarief van maximaal € 35,40 vormt hiermee een gegeven. Dit zou slechts anders kunnen zijn indien zou blijken dat de ziektekostenverzekeraar hiermee een wettelijke bepaling schendt. Dit is evenwel niet aan de orde, aangezien de ziektekostenverzekeraar, gelet op het bepaalde in artikel 2.29a Rzv, vrij is bij de vaststelling van de hoogte van het te vergoeden bedrag. Bij een PGB dat wordt verstrekt ten laste van de Wlz ligt dit anders, aangezien in dat geval de tarieven worden vastgesteld door de NZa. Onverkorte toepassing van hetgeen tussen partijen is overeengekomen leidt in dit geval niet tot een uitkomst die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat door verzoekster niet is aangetoond dat het bedrag van € 43,- per uur lager dan wel gelijk is aan het tarief dat andere ZZP’ers voor de aan haar verleende zorg zouden hebben berekend. Dat het verschil voor haar rekening blijft is daarmee het gevolg van de door verzoekster zelf gemaakte keuze. Verzoekster heeft verder betoogd dat andere zorgverzekeraars een fors hoger tarief per uur toestaan. Wat hiervan ook zij, dit maakt niet dat de ziektekostenverzekeraar hieraan is gebonden. Een verzekerde die ontevreden is over de vergoeding die zijn verzekeraar heeft vastgesteld, kan overstappen naar een andere zorgverzekeraar. Dit is in de onderhavige situatie ook gebeurd.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 6 mei 2026, SKGZ202501201