Bindend advies GcZ, 6 mei 2026, SKGZ202501908
- 202501908
Uitspraak
Verzoeker heeft aan de commissie verzocht te beslissen dat de ziektekostenverzekeraar gehouden is het geneesmiddel Ozempic® te vergoeden. Dit omdat de cardioloog, de longarts en de internist hem hebben geadviseerd Ozempic® te gaan gebruiken. De ziektekostenverzekeraar heeft gesteld dat Ozempic® alleen ten laste van de zorgverzekering kan worden vergoed als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Aangezien verzoeker niet aan deze voorwaarden voldoet kan geen vergoeding plaatsvinden. De ziektekostenverzekeraar ziet verder geen aanleiding om voor verzoeker de verzekeringsvoorwaarden buiten toepassing te laten dan wel hierop een uitzondering te maken en de kosten uit coulance te vergoeden. De commissie overweegt dat verzoeker het geneesmiddel Ozempic® (semaglutide) wil gebruiken voor gewichtsbeheersing vanwege een complexe historie van hartklachten en slaapapneu. Omdat deze indicaties niet zijn opgenomen in Bijlage 2 van de Rzv, komt verzoeker niet in aanmerking voor vergoeding van het geneesmiddel ten laste van de zorgverzekering. De commissie volgt hiermee het advies van het Zorginstituut. Aan de criteria van het zogenoemde Bosentan-arrest van de Hoge Raad, waaruit volgt dat in bepaalde omstandigheden onverkorte toepassing van de verzekeringsvoorwaarden leidt tot een uitkomst die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, wordt in de situatie van verzoeker niet voldaan. De commissie kan voorts niet treden in het coulancebeleid van de ziektekostenverzekeraar. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 6 mei 2026, SKGZ202501908