Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 10 juni 2026, SKGZ202500449 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 10 juni 2026, SKGZ202500449

Afgewezen

- 202500449

Verblijf, verpleging, verzorging, Zvw-pgb
Verzoeker heeft geen aanspraak op een PGB vv omdat hij dit niet op verantwoorde wijze kan beheren en hij niet aan de verplichtingen die hieruit volgen kan voldoen.

Uitspraak

Verzoeker ontvangt al enige tijd een Persoonsgebonden Budget Verpleging en Verzorging (hierna: PGB vv). Omdat zijn eerdere indicatie afliep, heeft hij door een wijkverpleegkundige een nieuwe indicatie laten stellen. De wijkverpleegkundige kwam uit op een indicatie op basis van 5 uren en 45 minuten Persoonlijke Verzorging per week en 3 uren Verpleging per week. Bij brief van 2 oktober 2025 heeft de ziektekostenverzekeraar aan verzoeker meegedeeld dat de aanvraag voor een PGB vv is afgewezen. De commissie beslist tot afwijzing van het verzoek de ziektekostenverzekeraar te verplichten alsnog een PGB vv toe te kennen. Gelet op het verslag van het Bewust Keuze Gesprek (BKG) kan de commissie de ziektekostenverzekeraar volgen in zijn stelling dat verzoeker niet in staat is het PGB vv op verantwoorde wijze te beheren en aan de verplichtingen die hieruit volgen te voldoen. Verzoeker is niet op het verslag van het BKG ingegaan en heeft ook niet op een andere wijze aannemelijk gemaakt dat hij wél in staat is het PGB vv te beheren. De ziektekostenverzekeraar mocht op grond van artikel 4, tweede lid, van het reglement om die reden de aanvraag voor het PGB vv afwijzen. Aangezien het PGB vv op grond van het niet kunnen beheren hiervan terecht is afgewezen, kan de vraag of de indicatiestelling van de indicerend wijkverpleegkundige navolgbaar is en of de afwijzing op grond daarvan houdbaar is, onbeantwoord blijven.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 10 juni 2026, SKGZ202500449