Bindend advies GcZ, 23 september 2026, SKGZ202501186
- 202501186
Uitspraak
Verzoekster heeft in België een Laparoscopische Electroagulatie Ovaria (LEO-behandeling) ondergaan, gevolgd door IVF. Zij heeft aan de commissie primair verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar gehouden is de kosten van zowel de LEO-behandeling als de IVF te vergoeden ten laste van de zorgverzekering, en subsidiair dat de ziektekostenverzekeraar gehouden is de kosten van de IVF te vergoeden in plaats van die van de LEO-behandeling. Volgens de ziektekostenverzekeraar voldoet de gecombineerde behandeling niet aan de ‘stand van de wetenschap en praktijk’ en bestaat geen aanspraak op meer dan het toegezegde bedrag van maximaal € 4.832,93 voor de in België uitgevoerde LEO-behandeling. De commissie volgt het Zorginstituut in zijn conclusie in het definitief advies van 16 juli 2026 dat een LEO-behandeling die wordt ingezet ter optimalisatie van IVF niet voldoet aan de ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Het primaire verzoek wordt daarom afgewezen. In het voorlopig advies van 20 april 2026 stelt het Zorginstituut dat verzoekster geen aanspraak heeft op vergoeding van de IVF na de LEO-behandeling ten laste van de zorgverzekering, omdat het resultaat van de LEO-behandeling niet is afgewacht. De commissie concludeert op basis hiervan dat verzoekster niet redelijkerwijs was aangewezen op IVF, direct volgend op de LEO-behandeling, zodat ook het subsidiaire verzoek wordt afgewezen.
Uitspraak Bindend advies GcZ, 23 september 2026, SKGZ202501186