Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 19 oktober 2026, SKGZ202501900 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 19 oktober 2026, SKGZ202501900

Gedeeltelijk toegewezen

- 202501900

Verblijf, verpleging, verzorging, Zvw-pgb
Verzekerde had op grond van het Reglement Zvw-pgb geen aanspraak op een PGB-vv op basis van het formele tarief, omdat verzoekster (zijn moeder) de zorg verleende. Dat de zorg werd gefactureerd door een formele zorgaanbieder, bij wie zij in dienst was getreden, maakt dit niet anders. De ziektekostenverzekeraar mocht om die reden het te veel uitgekeerde bedrag terugvorderen en de persoonsgegevens van verzoekster opnemen in zijn (interne) Gebeurtenissenadministratie, maar niet in het Incidentenregister.

Uitspraak

Verzoekster heeft aan de commissie verzocht te bepalen dat de ziektekostenverzekeraar dient af te zien van terugvordering van het bedrag van € 67.150,22, en dat de registratie van haar persoonsgegevens in de diverse registers moet vervallen. Volgens de ziektekostenverzekeraar is geen sprake van fraude, maar is wel ten onrechte het formele tarief in plaats van het informele tarief gedeclareerd. De te veel uitgekeerde bedragen worden van verzoekster, die in dit verband optreedt als verzekeringnemer, teruggevorderd. Daarnaast worden haar persoonsgegeven geregistreerd in de Gebeurtenissenadministratie en het Incidentenregister. De commissie overweegt dat niet ter discussie staat dat verzoekster na 1 mei 2019 zelf de zorg is blijven verlenen aan verzekerde. Ook staat niet ter discussie dat de kosten hiervan bij de ziektekostenverzekeraar zijn gedeclareerd als zorg verleend door een formele zorgverlener. Op grond van het Reglement Zvw-pgb bestaat bij zorg verleend door een bloedverwant in de eerste graad aanspraak op het lagere, informele tarief. De PGB-vv gelden zijn steeds uitbetaald op de rekening van verzoekster, die ook budgethouder was ten behoeve van verzekerde. Zij was dus verantwoordelijk voor de juiste besteding van het PGB-vv. De ziektekostenverzekeraar mocht daarom het te veel uitgekeerde bedrag terugvorderen van verzoekster. Aangezien de ziektekostenverzekeraar zelf – na onderzoek – heeft geconcludeerd dat geen fraude kan worden vastgesteld, mocht hij de persoonsgegevens van verzoekster niet opnemen in het Incidentenregister. De persoonsgegevens van verzoekster mogen wel worden opgenomen in de – interne – Gebeurtenissenadministratie. De ziektekostenverzekeraar heeft verklaard af te zien van registratie in het IVR. De commissie beslist dat de ziektekostenverzekeraar de registratie van de persoonsgegevens van verzoekster in het Incidentenregister ongedaan moet maken. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 19 oktober 2026, SKGZ202501900