Chat with us, powered by LiveChat Bindend advies GcZ, 5 januari 2025, SKGZ202101287 - SKGZ
Menu overslaan

Bindend advies GcZ, 5 januari 2025, SKGZ202101287

Toegewezen

- 202101287

Hulpmiddelenzorg
Verzoekster heeft aanspraak op een adequaat functionerende trippelstoel. De ziektekostenverzekeraar is tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens verzoekster en moet ervoor moet zorgdragen dat zij alsnog de beschikking krijgt over een adequaat functionerende trippelstoel. Als dit niet mogelijk is via een door hem gecontracteerde leverancier, dan dient de ziektekostenverzekeraar een niet-gecontacteerde leverancier in te schakelen die dit maatwerk wel kan leveren. Daarnaast moet de ziektekostenverzekeraar aan verzoekster het klachtgeld van € 37,-- vergoeden.

Uitspraak

Verzoekster is al jaren aangewezen op een trippelstoel. In 2018 heeft zij een ingrijpende operatie ondergaan in het bekkengebied. Daarna heeft zij de ziektekostenverzekeraar gevraagd om een aangepaste zitting voor haar trippelstoel. De door de ziektekostenverzekeraar gecontracteerde leverancier heeft hierop geoordeeld dat zij een nieuwe trippelstoel nodig had. Het is de leverancier en de ziektekostenverzekeraar tot op heden niet gelukt een adequaat functionerende trippelstoel te leveren. Medio 2022 heeft de ziektekostenverzekeraar toestemming gegeven voor verstrekking van een nieuwe trippelstoel. Verzoekster heeft in eind 2022 verzocht om levering van een trippelstoel door een niet-gecontracteerde leverancier. Dit verzoek is door de ziektekostenverzekeraar afgewezen. De commissie overweegt dat verzoekster op grond van de voorwaarden van de zorgverzekering aanspraak heeft op hulpmiddelenzorg, waaronder een trippelstoel. Dat zij redelijkerwijs is aangewezen op dit hulpmiddel staat tussen partijen niet ter discussie. In de tussenuitspraak van 21 mei 2024 is vastgesteld dat verzoekster op dat moment niet beschikte over een adequaat functionerend hulpmiddel. Ondanks hetgeen sindsdien is gebeurd, zijn partijen het erover eens dat verzoekster nog steeds niet beschikt over een adequaat functionerend hulpmiddel. In beginsel is verzoekster aangewezen op door de ziektekostenverzekeraar gecontracteerde zorgaanbieders. Dit heeft de ziektekostenverzekeraar bij brief van 5 december 2022 nog expliciet aan verzoekster meegedeeld, nadat zij had verzocht om een trippelstoel te mogen betrekken bij een niet-gecontracteerde leverancier. Het is de door de ziektekostenverzekeraar gecontracteerde leverancier echter niet gelukt om een voor verzoekster adequaat functionerende trippelstoel te leveren. Uit de door de ziektekostenverzekeraar overgelegde informatie blijkt niet dan wel onvoldoende wat er tijdens de huisbezoeken is besproken en/of welke opties zijn aangeboden en geprobeerd. Dit had wel op zijn weg gelegen en de gevolgen hiervan komen voor zijn rekening en risico. Alles overwegende concludeert de commissie dat het de ziektekostenverzekeraar is aan te rekenen dat verzoekster tot op heden niet beschikt over een adequaat functionerend hulpmiddel en dat hij hiermee tekort is geschoten in zijn zorgplicht jegens haar. Daarom dient hij ervoor te zorgen dat verzoekster alsnog de beschikking krijgt over een adequaat functionerende trippelstoel, waarvan de specificaties door hem schriftelijk worden vastgelegd. Hierbij hebben als uitgangspunt de specificaties van de hulpmiddelenadviseur van het revalidatiecentrum van 6 november 2025 te gelden. Als het niet mogelijk is deze trippelstoel te leveren via een gecontracteerde leverancier, dan dient de ziektekostenverzekeraar een niet-gecontacteerde leverancier in te schakelen die dit maatwerk wel kan leveren. Daarnaast heeft de commissie besloten dat de ziektekostenverzekeraar, in afwachting van een definitieve oplossing, ervoor zorg dient te dragen dat verzoekster bij wijze van noodoplossing de beschikking krijgt over een adequate tijdelijke trippelstoel. Het verzoek wordt toegewezen.

Uitspraak Bindend advies GcZ, 5 januari 2025, SKGZ202101287